Ode aan Bien

Ode aan Bien
Jolanda Mandersloot

Al bijna 37 jaar loop ik rond in de zeugenstallen op ons bedrijf, met veel passie en liefde voor de dieren. Het welzijn van onze dieren en daarbij een mooie productie staat bij ons hoog in het vaandel. Maar ook werkplezier is een belangrijke factor. 7 dagen in de week en dat 51 weken in een jaar. Die laatste week houden we graag vakentie en staan anderen klaar voor onze dieren.

In die tijd heb ik heel wat zeugen zien komen en gaan, heel wat oornummers geschreven en ingevoerd  in het managementsysteem. Toch is elke zeug uniek met haar eigen uitstraling en karakter. Een jaar of 6 geleden zou ik beginnen met het schrijven van de nummers voor de gelten. Deze jonge zeugen kochten we aan van een subfokbedrijf en waren net aangekomen.

Toen kwam de gedachten op om van deze jonge dames geen nummer maar een persoonlijkheid te maken. De eerste 10 geltjes kregen een naam die begon met de A, dus Annie, Anke, Ans enz. Bijna net zo leuk als het bedenken van de namen toen onze kinderen geboren werden. Bij de 2de lichting, de Btjes was een van de namen BIEN, vernoemd naar de beroemde twitteraar en columniste van het blad Varkens, Sabine (Bien) Grobbink. Daarna volgde de rest van het alfabet.

Deze BIEN stak al snel met kop en schouders boven de rest van de zeugen uit. Ze is prettig in de omgang en heeft geweldige moedereigenschappen. Zij was een echte topzeug en regelmatig hebben we tegen elkaar gezegd: ‘BIEN staat ook weer in de kraamstal!’ ‘Heb je het gezien? Bij BIEN zijn 18 biggen geboren!’ ‘Wauw, BIEN heeft 16 biggen gespeend (groot gebracht).’ en ‘Gelukkig, BIEN is weer geïnsemineerd en weer drachtig gescand!’

Dus toen we 3 jaar geleden begonnen met het aanfokken van onze eigen gelten was BIEN ook gelijk aan de beurt. Van haar wilden we heel graag nakomelingen. Drie keer is zij stammoeder geweest van onze eigen aanwas. BIEN bleef tot hoge leeftijd op ons bedrijf, duidelijk de koningin van de groep zeugen waarin ze verbleef. Haar uitstraling en productie nog steeds boven gemiddeld. Vorig jaar wijdde Sabine Grobbink zelfs een column aan haar naamgenoot BIEN die, al vijf jaar oud, toch nog een prachtige toom fokkerijbiggen groot bracht. En dat werd gevierd met slingers en slagroom.

Maar met het stijgen van haar leeftijd namen ook de geboorteproblemen wat toe. Haar grootbrengend vermogen was nog steeds prima, tiet zat, zou je kunnen zeggen. Begin december kwam zij weer met een dikke buik de kraamstal in schommelen. Vanaf het moment dat haar eerste big geboren was en er maar geen tweede kwam werd het een hele klus voor haar en voor ons om te zorgen dat er toch nog zoveel mogelijk levend geboren biggen uit zouden komen. De weeën waren helaas te zwak en zakten zelfs na het toedienen van een weeënopwekker weer af.

Terwijl ik, liggend op mijn knieën, om geboortehulp te verlenen dacht ik, dit kan zo niet meer. Ze heeft de leeftijd niet meer om nog een bevalling aan te kunnen. Op dat moment besefte ik dat het tijdperk BIEN voorbij is. Ze heeft haar laatste rondje in de kraamstal nog prima gedaan en nog 12 mooie biggen gespeend.

Toevallig of niet maar in december 2021 verschijnt ook de laatste column van Sabine Grobbink voor Varkens, zij vindt het tijd om het stokje door te geven aan een ander. En zo komt ook het moment dat BIEN het stokje doorgeeft aan een andere zeug en van ons bedrijf moet gaan.

Van de kraamafdeling eerst nog naar de wachtruimte voordat de vrachtwagen komt om BIEN en nog enkele zeugen op te halen. Als de wagen er is en de deur van de schuur open gaat blaast er een koude wind naar binnen. De andere zeugen blijven stokstijf staan (zeugen hebben een hekel aan tocht) maar BIEN loopt, dienstbaar als ze altijd geweest is, als eerste naar buiten en de vachtwagen op. Ik moet een paar keer slikken en veeg over mijn wang. Bedankt BIEN!

Betsy Liefting